Vendelen

 

Vendelen is zwaaien met kleurige verenigingsvendels. Vendelen gebeurt volgens bepaalde programma’s en tradities.
Een groep mensen die vendelen noemt men vendeliers. Vendelen doet men alleen of in groep. Bij het groepsvendelen draaien de vendels keurig gelijk dezelfde figuren.
Vendeliers kunnen alleen of als groep meedoen aan wedstrijden tijdens schuttersfeesten. Het vendelen is altijd een kleurig schouwspel.

verdieping

Zoals iedere schutter wel weet, is dat het vaandel van de vereniging één van de belangrijkste bezittingen is die een schutterij heeft. Waarom heeft iedere schutterij/ gilde nou een vaandel of vendels in zijn bezit en waarom hechten we als schutters zijnde er zoveel waarde aan en waarom gebruiken we ze nog? De antwoorden op deze vragen liggen in het verleden en verklaren de invloed van vlaggen (vaandels en vendels) op het schutterswezen.

Beknopte geschiedenis

Het gebruik van vlaggen vindt men op de eerste plaats terug in de militaire sfeer, namelijk al in de legers van keizer Augustus (omstreeks het jaar 0). Deze hadden een draagwijze van een standaard, vaak met een adelaar erop. Achter deze standaard schaarden de Romeinse legioenen zich, In de Vroege Middeleeuwen (ca. 500 – ca. 1000 n. Chr.) zijn historische bronnen vaak zeer schaars en onduidelijk, zo ook over het gebruik van vlaggen. Wat wel duidelijk is, is dat het gebruik van vlaggen tijdens de Middeleeuwen veel invloed heeft gewonnen. Vanaf het jaar 1000 gingen veel ridders ten strijde in een compleet harnas. Hierdoor waren ze onherkenbaar geworden voor omstanders. Tijdens de Kruistochten werd dit vooral duidelijk toen veel geharnaste ridders bijeenkwamen. Om zich te kunnen onderscheiden creëerden de ridders allerlei tekens (bijv. familiewapens), die ze op hun schilden en harnassen plaatsten. Tegelijkertijd met deze trend volgde het gebruik van de vaandels: dankzij de kleuren en afbeeldingen op de vlag kon de ridder in kwestie met zijn gevolg geïdentificeerd worden. Deze vlaggen wapperden overigens aan de lans van de ridder te paard en er werd dus niet mee gezwaaid.

Het hertogdom Bourgondië (Vlaanderen en Brabant maakten daar ook deel van uit) was het eerste land waarvan de legers een staand karakter kregen en door die verhoogde organisatiegraad veranderde het gebruik van het vaandel. In plaats van een individuele ridder met zijn gevolg aan te duiden, werd het vaandel gebruikt om een hele (leger-)eenheid te symboliseren. Dit zien we later ook terug bij de legers van de Habsburgse vorsten, die de Bourgondische bezittingen erfden. Het vaandelbezit verspreidde zich sedertdien door heel Europa, waarbij de gilden en schutterijen, maar ook de steden, gewesten, en zelfs de universiteiten een eigen vaandel kregen om eenzelfde eenheid te symboliseren. Hierbij moet de kanttekening geplaatst worden dat er steeds slechts sprake was van één vaandel en dus ook steeds één vendelier. Deze functie verspreidde zich samen met het vaandelbezit.

Historische gebruik

De term vendelier past beter bij de vroegere gebruiker van het vaandel dan de term vaandeldrager, vanwege het simpele feit dat er vanaf de Bourgondische tijd (14e/15e eeuw) met het vaandel gezwaaid werd. De vendelier in militaire dienst moest met zijn vlag zorgen voor de communicatie tussen de legerleiding en de legereenheid. In tweede instantie was de vendelier verantwoordelijk voor de bescherming van zijn vlag. In de 16e eeuw was hij dan ook bewapend met een degen en zat er een scherpe punt aan het uiteinde van zijn vlaggenstok, waardoor die als speer kon dienen. Een vendelier moest dus zowel degen als vlag tegelijk kunnen gebruiken en daardoor was de functie van vendelier een uiterst zware aangelegenheid. De mensen die zich erin konden bekwamen, waren vooral afkomstig uit de sociale bovenklasse van edellieden maar ook rijke burgers en zelfs universiteitsstudenten leerden het vendelen. Al stond hun gebruik van het vaandel los van enige militaire functie en leerden zij het vooral om symbolische handelingen met het vaandel uit te voeren op bepaalde feestdagen of andere speciale gelegenheden. Vanaf de 18e eeuw verminderde het gebruik van het vaandel (lees: vendelen) bij de legers, de steden en de universiteiten en kwam het slechts nog sporadisch voor en uiteindelijk verdween het helemaal. De schuttersgilden zijn de enige organisatievorm die omwille van traditie het bezit en gebruik van het vaandel tot op heden in ere hebben gehouden.

Hedendaags vendelen in België en Nederland

Net zoals het schutterswezen zelf is ook het vendelen wijdverspreid. Naast Nederland en België bestaan er ook in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Italië vendelgroepen.

Nederland

De vendels die de gildes/schutterijen in Nederland gebruiken, zijn ongeveer 1.80 bij 1.80m en aan de stok is een contragewicht geplaatst in de vorm van een metalen bol van circa 4 kg. Het totaalgewicht komt dan neer op zon 5 kg. De jeugdklasse (leden jonger dan 16 jaar) heeft overigens een lichtere uitvoering. Het is de kunst om alle figuren met de vlag in één vast tempo te maken. Binnen de OLS Federatie wordt dit voornamelijk op het gevoel gedaan in tegenstelling tot de situatie binnen de Brabantse en Gelderse Federatie, waarbij in Brabant wordt gevendeld op de maat van de gildetrom en in Gelderland op de maat van walsmuziek. Binnen iedere provincie bestaat dezelfde systematiek qua figuren. Men werkt de figuren af in volgorde van hoog naar laag: men begint boven het hoofd te zwaaien en eindigt uiteindelijk onderaan het lichaam. Alle slagen moeten zowel links als rechts uitgevoerd worden. In Brabant en Limburg is er meer variatie qua figuren doordat er meer gegooid kan worden en doordat het lichaam ook een andere houding mag aannemen dan alleen de staande. In Brabant en Limburg vendelt men trouwens buiten ‘oppe sjöttewei’, terwijl ze in Gelderland ‘indoor’ vendelen bij wedstrijden.

België

De vendels die in België gebruikt worden, zijn lichter en kleiner dan die in Nederland. Naar schatting zijn die ongeveer 1.50 bij 1.50 en het contragewicht loopt taps naar onder in plaats van dat het bolvormig is. Het vendelen in België wordt niet alleen door enkele schuttersgilden beoefend, maar voornamelijk door aparte vendelverenigingen en jeugdbonden. De meeste van die verenigingen houden zich bezig met de zogeheten ‘vrije reeks’, waarbij er minder strakke regels gelden dan bij het Nederlands vendelen. Het vendelen geschiedt wederom op de maat van de muziek, maar dat mag op moderne pop/rock-nummers. Hierdoor kan er sprake zijn van tempowisselingen en mag de vlag de grond wel raken. Door het lagere gewicht wordt er ook meer gegooid met de vlag. Daarbij doorloopt de vendelier bepaalde patronen en vendelt de groep niet altijd één persoon na, zoals bij de schuttersgilden gebruikelijk is. Er is helaas geen historische basis meer bij dit soort vendelen,

Conclusie

De drie vragen in de inleiding zijn te beantwoorden met slechts één verklaring. De reden dat schutterijen vaandels bezitten, dat ze er zoveel waarde aan hechten en dat men ze nog gebruikt is omdat ze eenheid symboliseren. Het zit in de mentaliteit van iedere schutter en zijn vereniging om eenheid en broederschap in ere te houden. Er zit daarom ook een verschil tussen een ‘normale’ vlag en een (verenigings-)vaandel. Een normale vlag is slechts een aanduiding van een bepaalde eenheid. Een vaandel daarentegen is de materialistische gewaarwording van een eenheid en daarom wordt het vaandel bij de schutterij met veel eerbied behandeld.

Vendelen is zwaaien met kleurige verenigingsvendels. Vendelen gebeurt volgens bepaalde programma’s en tradities.Een groep mensen die vendelen noemt men vendeliers.Vendelen doet men alleen of in groep. Bij het groepsvendelen draaien de vendels keurig gelijk dezelfde figuren.Vendeliers kunnen alleen of als groep meedoen aan wedstrijden tijdens schuttersfeesten. Het vendelen is altijd een kleurig schouwspel.

Zoals iedere schutter wel weet, is dat het vaandel van de vereniging één van de belangrijkste bezittingen is die een schutterij heeft. Waarom heeft iedere schutterij/ gilde nou een vaandel of vendels in zijn bezit en waarom hechten we als schutters zijnde er zoveel waarde aan en waarom gebruiken we ze nog? De antwoorden op deze vragen liggen in het verleden en verklaren de invloed van vlaggen (vaandels en vendels) op het schutterswezen.

Beknopte geschiedenis

Het gebruik van vlaggen vindt men op de eerste plaats terug in de militaire sfeer, namelijk al in de legers van keizer Augustus (omstreeks het jaar 0). Deze hadden een draagwijze van een standaard, vaak met een adelaar erop. Achter deze standaard schaarden de Romeinse legioenen zich, In de Vroege Middeleeuwen (ca. 500 – ca. 1000 n. Chr.) zijn historische bronnen vaak zeer schaars en onduidelijk, zo ook over het gebruik van vlaggen. Wat wel duidelijk is, is dat het gebruik van vlaggen tijdens de Middeleeuwen veel invloed heeft gewonnen. Vanaf het jaar 1000 gingen veel ridders ten strijde in een compleet harnas. Hierdoor waren ze onherkenbaar geworden voor omstanders. Tijdens de Kruistochten werd dit vooral duidelijk toen veel geharnaste ridders bijeenkwamen. Om zich te kunnen onderscheiden creëerden de ridders allerlei tekens (bijv. familiewapens), die ze op hun schilden en harnassen plaatsten. Tegelijkertijd met deze trend volgde het gebruik van de vaandels: dankzij de kleuren en afbeeldingen op de vlag kon de ridder in kwestie met zijn gevolg geïdentificeerd worden. Deze vlaggen wapperden overigens aan de lans van de ridder te paard en er werd dus niet mee gezwaaid.Het hertogdom Bourgondië (Vlaanderen en Brabant maakten daar ook deel van uit) was het eerste land waarvan de legers een staand karakter kregen en door die verhoogde organisatiegraad veranderde het gebruik van het vaandel. In plaats van een individuele ridder met zijn gevolg aan te duiden, werd het vaandel gebruikt om een hele (leger-)eenheid te symboliseren. Dit zien we later ook terug bij de legers van de Habsburgse vorsten, die de Bourgondische bezittingen erfden. Het vaandelbezit verspreidde zich sedertdien door heel Europa, waarbij de gilden en schutterijen, maar ook de steden, gewesten, en zelfs de universiteiten een eigen vaandel kregen om eenzelfde eenheid te symboliseren. Hierbij moet de kanttekening geplaatst worden dat er steeds slechts sprake was van één vaandel en dus ook steeds één vendelier. Deze functie verspreidde zich samen met het vaandelbezit.Historische gebruik
De term vendelier past beter bij de vroegere gebruiker van het vaandel dan de term vaandeldrager, vanwege het simpele feit dat er vanaf de Bourgondische tijd (14e/15e eeuw) met het vaandel gezwaaid werd. De vendelier in militaire dienst moest met zijn vlag zorgen voor de communicatie tussen de legerleiding en de legereenheid. In tweede instantie was de vendelier verantwoordelijk voor de bescherming van zijn vlag. In de 16e eeuw was hij dan ook bewapend met een degen en zat er een scherpe punt aan het uiteinde van zijn vlaggenstok, waardoor die als speer kon dienen. Een vendelier moest dus zowel degen als vlag tegelijk kunnen gebruiken en daardoor was de functie van vendelier een uiterst zware aangelegenheid. De mensen die zich erin konden bekwamen, waren vooral afkomstig uit de sociale bovenklasse van edellieden maar ook rijke burgers en zelfs universiteitsstudenten leerden het vendelen. Al stond hun gebruik van het vaandel los van enige militaire functie en leerden zij het vooral om symbolische handelingen met het vaandel uit te voeren op bepaalde feestdagen of andere speciale gelegenheden. Vanaf de 18e eeuw verminderde het gebruik van het vaandel (lees: vendelen) bij de legers, de steden en de universiteiten en kwam het slechts nog sporadisch voor en uiteindelijk verdween het helemaal. De schuttersgilden zijn de enige organisatievorm die omwille van traditie het bezit en gebruik van het vaandel tot op heden in ere hebben gehouden.

Hedendaags vendelen in België en Nederland

Net zoals het schutterswezen zelf is ook het vendelen wijdverspreid. Naast Nederland en België bestaan er ook in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Italië vendelgroepen.Nederland
De vendels die de gildes/schutterijen in Nederland gebruiken, zijn ongeveer 1.80 bij 1.80m en aan de stok is een contragewicht geplaatst in de vorm van een metalen bol van circa 4 kg. Het totaalgewicht komt dan neer op zon 5 kg. De jeugdklasse (leden jonger dan 16 jaar) heeft overigens een lichtere uitvoering. Het is de kunst om alle figuren met de vlag in één vast tempo te maken. Binnen de OLS Federatie wordt dit voornamelijk op het gevoel gedaan in tegenstelling tot de situatie binnen de Brabantse en Gelderse Federatie, waarbij in Brabant wordt gevendeld op de maat van de gildetrom en in Gelderland op de maat van walsmuziek. Binnen iedere provincie bestaat dezelfde systematiek qua figuren. Men werkt de figuren af in volgorde van hoog naar laag: men begint boven het hoofd te zwaaien en eindigt uiteindelijk onderaan het lichaam. Alle slagen moeten zowel links als rechts uitgevoerd worden. In Brabant en Limburg is er meer variatie qua figuren doordat er meer gegooid kan worden en doordat het lichaam ook een andere houding mag aannemen dan alleen de staande. In Brabant en Limburg vendelt men trouwens buiten ‘oppe sjöttewei’, terwijl ze in Gelderland ‘indoor’ vendelen bij wedstrijden.

België

De vendels die in België gebruikt worden, zijn lichter en kleiner dan die in Nederland. Naar schatting zijn die ongeveer 1.50 bij 1.50 en het contragewicht loopt taps naar onder in plaats van dat het bolvormig is. Het vendelen in België wordt niet alleen door enkele schuttersgilden beoefend, maar voornamelijk door aparte vendelverenigingen en jeugdbonden. De meeste van die verenigingen houden zich bezig met de zogeheten ‘vrije reeks’, waarbij er minder strakke regels gelden dan bij het Nederlands vendelen. Het vendelen geschiedt wederom op de maat van de muziek, maar dat mag op moderne pop/rock-nummers. Hierdoor kan er sprake zijn van tempowisselingen en mag de vlag de grond wel raken. Door het lagere gewicht wordt er ook meer gegooid met de vlag. Daarbij doorloopt de vendelier bepaalde patronen en vendelt de groep niet altijd één persoon na, zoals bij de schuttersgilden gebruikelijk is. Er is helaas geen historische basis meer bij dit soort vendelen,Conclusie
De drie vragen in de inleiding zijn te beantwoorden met slechts één verklaring. De reden dat schutterijen vaandels bezitten, dat ze er zoveel waarde aan hechten en dat men ze nog gebruikt is omdat ze eenheid symboliseren. Het zit in de mentaliteit van iedere schutter en zijn vereniging om eenheid en broederschap in ere te houden. Er zit daarom ook een verschil tussen een ‘normale’ vlag en een (verenigings-)vaandel. Een normale vlag is slechts een aanduiding van een bepaalde eenheid. Een vaandel daarentegen is de materialistische gewaarwording van een eenheid en daarom wordt het vaandel bij de schutterij met veel eerbied behandeld.

Zowel in de optocht als op het feestterrein wordt er gevendeld.

Schutterijen uit België doen aan Brechts vendelen. Schutterijen uit Nederland doen aan Brabants vendelen.Vendeliers krijgen onder andere punten op acrobatiek, ritme, systematiek en algemene indruk.