Uniform

Uniform betekent eigenlijk dat alles gelijk is. Dit geldt bij de schutters voor de kleding. Die moet hetzelfde zijn. Dat wat je dan draagt noemen ze een uniform.

In een schuttersvereniging heeft iedereen een bepaalde functie. De ene functie is net iets belangrijker dan de andere. Vaak herken je dit aan de hoofddeksels of versieringen op het uniform zoals sjerpen, strepen en sterren of pluimen op de hoed.

De officieren herken je aan hun kleurrijke uniformen, versierd met tressen. Tressen zijn versieringen van gevlochten gouden, zilveren of rode draden op de kragen, schouders en mouwen.

Categorie

Afhankelijk van het soort uniform dat een schutterij draagt, behoort de schutterij tot een bepaalde categorie waarin zij worden beoordeeld.

Er bestaan vijf categoriën:

  • Oude exercitie;
  • Nieuwe exercitie gewapend;
  • Nieuwe exercitie ongewapend;
  • Gilde exercitie;
  • en Belgische exercitie.

Meestal is het uniform gebaseerd op militaire uniformen. Manschappen in militaire outfit dragen vaak een geweer op de schouder. Gildekostuums zijn gebaseerd op de uniformen van de gildes van vroeger. Een gilde was een vereniging voor mensen met hetzelfde beroep, bijvoorbeeld het timmermansgilde. Bij deze kostuums horen geen geweren maar lansen of pieken.

Oude exercitie

Nieuwe exercitie gewapend

Beoordeling ‘Mooiste geheel’

Een jury beoordeelt tijdens de optocht voor elke categorie een wedstrijd ‘Mooiste geheel’. Ze kijkt dus of alle kleding wel gelijk is, of het goed past en mooi onderhouden is. Als dit allemaal klopt, dan kan de schutterij in haar categorie een prijs winnen in dit wedstrijdonderdeel.

Geschiedenis van de uniformen

Door de eeuwen heen hebben de schutterijen van het platteland weinig zorg (en geld) besteed aan uiterlijk vertoon. Een kiel, handschoenen, een hoed en een riem vormden naast het eigen geweer de belangrijkste schuttersattributen. Aan het einde van de 19de, en meer nog aan het begin van de 20ste eeuw, komt daarin verandering. De één had nog een uniform van een of ander legeronderdeel, de ander had nog een sjako van zijn opa die onder de Fransen had moeten dienen. Ook bij de schutterijen in de steden worden het zondagse pak met pet stilaan ingeruild voor een uniform. Eerst worden de officieren en de generaal voorzien van een passend kostuum. Later wordt de hele schutterij geuniformeerd.

​Er worden rond de wisseling naar de 20ste eeuw steeds vaker ‘moderne’ schuttersfeesten georganiseerd, waar verenigingen elkaar treffen. Mede om zich te manifesteren als een samenhangend geheel, uniformeerden de schutterijen de kleding van hun leden. In de keuze van de outfit herkennen we de twee hoofdtakken die uit de centrale stam van het schutterswezen zijn ontsproten: de beschermers en de broeders. De verenigingen die hun uiterlijk enten op de beschermende taken, kiezen voor een militaire snit. De schutterijen die het accent op broederschap leggen, dragen gildekleding.

Naast de uniformering gaat de schutterij zich vanaf 1900 ook steeds meer voorzien van militaire onderscheidingstekens. Ook werden er nieuwe functies gecreëerd. Die hadden vaak geen binding met het schutterswezen, maar kwamen enkel en alleen uit een militaire traditie. Een voorbeeld hiervan is de marketentster. Die kwam vroeger niet voor bij de schutterij, maar van haar is wel bekend is dat zij eertijds met de legers meetrok. De eerste marketentster stapte in 1973 mee op in de schutterij en ze heeft sindsdien veel navolging gekregen. Sinds circa 2010 meten vrouwen zich opnieuw een rol toe binnen de schutterij: de hofdame.

Het militaire karakter is derhalve een eeuwenoud kenmerk van de schutterij. Een andere uiting hiervan is de exercitie die beoefend wordt tijdens het schuttersfeest.