Schieten met de Limburgse, zware buks

Schutterijen schieten met de Limburgse, zware buks.  Dit gebeurt buiten op een schietboom.

Limburgse, zware buks of schuttersbuks
Deze weegt circa 15 kg.

Er wordt geschoten op bölkes op een schiethark.
De bölkes zijn altijd zwart omdat je deze dan het best kan zien.
Bölkes hebben vaste afmetingen:
2 cm x 2 cm x 2 cm
1,5 cm x 1,5 cm x 1,5 cm
1 cm x 1 cm x 1 cm
0,6 cm x 0,6 cm x 0,6 cm

(op de foto van beneden naar boven bekeken)

Bij het korpsschieten wordt geschoten op blokjes van 1,5 cm x 1,5 cm x 1,5 cm.

Korpsschieten is het schieten bij de start van een schietwedstrijd met een zestal.

Kavelen is het vervolg van de schietwedstrijd: hieraan kunnen enkel zestallen meedoen die bij het korpsschieten geen enkel bölke hebben gemist.  Om de schietwedstrijd moeilijker te maken, kunnen ze overgaan naar het schieten op steeds kleinere bölkes.

Bij het korpsschieten wordt geschoten op bölkes van 1,5 cm x 1,5 cm x 1,5 cm. Dit is ook de grootste maat bölkes op een schietwedstrijd.  Bij een Oud Limburgs Schuttersfeest (OLS) start het korpsschieten op zondag.

De kaveling van het OLS wordt voortgezet op de eerstvolgende zaterdag. De schietcommissie bepaalt de wijze waarop de kaveling zal worden voortgezet totdat de winnaar bekend is. De schietcommissie bepaalt voorts vanaf welk tijdstip de kaveling op punten met een kleinere afmeting voortgezet zal worden.  In de regel is dit 1 cm x 1 cm x 1 cm in theorie zou men nog kleiner mogen.

De bölkes waarop geschoten wordt, moeten vervaardigd zijn van zacht canada of vurenhout (hout van fijne spar uit Noord of Oost Europa).

Kamer
Hierin wordt het patroon geplaatst.
De grendel staat open: er zit geen patroon in de kamer.

Open kamer
Deze kamer bevat geen patroon. Vóór een buks wordt geladen of nadat een gebruikt patroon uit de kamer is gehaald, ziet de kamer er zo uit.

Gesloten kamer
Deze kamer bevat een patroon. Een buks mag alleen een patroon bevatten als het geweer op de aanlegpaal ligt en gericht is naar de schietboom.  Een buks mag anders NOOIT een patroon bevatten.

De buks mag alleen geladen of ontladen worden door een buksmeester. Ontladen is het wegnemen van de huls uit de kamer. Laden is het insteken van een nieuw patroon in de kamer. Als een patroon in de kamer zit die nog niet is afgeschoten, dan is de buks geladen.

De buks mag alleen geladen of ontladen worden door een buksmeester.

Ontladen of laden mag alleen als de buks op de aanlegpaal rust met de loopmonding in de richting van het gedeelte van de hark of kogelvanger waarop geschoten moet worden.

Procedure opgelegd schieten onder leiding van een buksmeester

De routines en procedures bij het schieten met de windbuks zijn gelijk aan de procedures met de schuttersbuks.
De routines en procedures bij het schieten van jeugd of volwassenen zijn gelijk.
Het beoordelen of een schutter bekwaam is om te schieten is een taak van een buksmeester.
Zowel tijdens het schieten met de schuttersbuks als met de windbuks oefent de buksmeester het feitelijke gezag uit over de wapens. Hij staat altijd naast de schutter. Hij heeft het wapen voorhanden en draagt het wapen niet over.

Tijdens het laden en schieten, moet de buks op een oplegpaal liggen met de loop in een veilige richting (naar het doel).  Laden en ontladen gebeurt als volgt:

1) Bij aankomst van de schutter ligt het wapen ongeladen op de oplegpaal, met de loop in een veilige richting (naar het doel);
2) De buksmeester staat bij dit wapen en heeft de buks vast;
3) De buksmeester helpt de schutter het wapen aan te leggen;
4) Het wapen blijft hierbij op de aanlegpaal liggen;
5) Als de buksmeester het veilig acht, laadt en sluit hij het wapen;
6) Als de buksmeester het veilig acht kan de schutter een schot plaatsen;
7) Het wapen blijft op de oplegpaal liggen;
8) Vervolgens laat de schutter het wapen los en begint de cyclus opnieuw met de volgende schutter.

Ontladen of laden mag alleen als de buks op de aanlegpaal ligt met de loop van de buks in de richting van het doel waarop geschoten moet worden.

De buks mag alleen in ontladen toestand worden doorgegeven van de ene naar de andere schutter.

Kamer gevuld met kamervlag

Als de buks wordt verplaatst – naar een andere aanlegpaal of naar de koffer om de buks op te bergen – dan wordt een gele kamervlag in de kamer geplaatst.  Zo kan iedereen van op een afstand zien dat het veilig is.

Het is een teken dat de buks niet geladen is.

Kamervlag

Munitie

Munitie – verdieping

Bij de Limburgse, zware buks wordt voor de aanduiding van de grootte van de middellijn van de loop niet het ‘kaliber’ gebruikt, maar het kalibernummer. Dit nummer geeft het aantal ronde loden kogels aan met een middellijn, die gelijk is aan de middellijn van de loop en die tezamen een Engels pond = 453,59 g wegen.

In het algemeen worden bij het Limburgs traditioneel schieten geweren (zware buksen) gebruikt met kogels met de kalibernummers 12 en 16. Dit zijn cilindrische kogels met een massa van 37,80 gram voor de kogel van het kaliber 12 en 28,35 gram voor de kogel van het kaliber 16. De aanvangssnelheid van de profielen bedraagt maximaal 230 m/sec aan de loop.

Patroon

Samenstelling patroon
Een patroon bestaat uit een slaghoedje, koperen huls, kruit en een zilverkleurige, loden prop.
De loden prop wordt ook kogel genoemd.

(op de foto van beneden naar boven bekeken)

Schepje dat vroeger werd gebruikt om kruit in de huls te doen.
Tegenwoordig gebruikt men een kruitmolen.  Een kruitmolen is nauwkeuriger dan een schepje.

Patronen

Als een kogel is afgeschoten, dan blijft de huls met een gebruikt slaghoedje in de kamer achter.  Het kruit en de loden prop zijn weg. De gebruikte slaghoedjes worden uit de huls geslagen zodat de huls opnieuw gebruikt kan worden.

Kruitmolen
Met dit hulpmiddel kan men in elke huls precies evenveel kruit doen.
Vroeger werd dit met een schepje gedaan.

Schutterijen maken hun kogels zelf.  Dit doen zij door lood te verzamelen.  Dit lood wordt gesmolten.  Het vloeibare lood gieten zij in een vorm.  Zo wordt de prop of kogel gemaakt.

De hulzen worden altijd gerecycleerd.

Kogels worden hergebruikt: deze worden met een metaaldetector teruggezocht. Als de schutterij op een kogelvanger schiet, dan worden alle kogels opgevangen en hoeft men deze niet te zoeken.

Om een patroon te maken, nemen ze een huls. Hierin wordt een nieuw slaghoedje geslagen. Dan wordt er kruit in de huls gedaan. In elke huls komt precies evenveel kruit. Dan wordt de huls afgesloten met een de zilverkleurige prop of kogel.

De schutterij maakt iedere jaar nieuwe kogels.

Onderdelen van de buks

Het oog van de schutter wordt door een zwarte flap afgeschermd.  Deze zwarte flap wordt ooglap genoemd.  Door de ooglap wordt de schutter niet gestoord door fel licht.  De ooglap is bevestigd op de oogdop.  De oogdop zit vast aan de diopter.

Op een buks zitten 1 diopter en 2 richtmiddelen.

De oogdop met de ooglap is bevestigd op de diopter

Het voorste richtmiddel
Dit is een korreltunnel met een ringkorrel.

De loop van het geweer met daarop de korreltunnel met ringkorrel

De diopter is een instrument waarmee men het wapen kan regelen of afstellen.

De diopter is een precisie-instrument waarmee men het trefpunt van het wapen horizontaal en verticaal kan afstellen.

Aan de schuttersbuks zitten twee richtmiddelen. Het achterste richtmiddel is de diopter. Met de diopter kan men de buks afstellen (corrigeren) op het doel.

Het voorste richtmiddel is een korreltunnel met een ringkorrel.

Indien men het bölke midden in de ringkorrel heeft en de korreltunnel midden in de oogdop, dan is het wapen precies gericht. In de schutterswereld noemt men dit centreren.

Als de twee richtmiddelen perfect op het bölke zijn gecentreerd en de buks bewegingsloos is, dan wordt het bölke afgeschoten.  Als de richtmiddelen niet op één lijn zitten of de buks beweegt lichtjes, dan is de kans op een misser groot.

In dit filmpje zie je hoe je een geweer moet richten om je doel te raken.

De buksen liggen op een aanlegpaal.  Het richtmiddel vooraan op de loop is duidelijk te zien.

Aan de onderkant van de loop zie je een rasp.  Door de hakkels van de rasp ligt de buks vast en stevig op het hout van de aanlegpaal.  Zonder rasp zou de buks gemakkelijk glijden.

Bovenaanzicht van de loop van de buks

Er zitten 2 trekkers aan de buks: een veiligheidstrekker en de trekker waardoor de kogel wegschiet.

De veiligheid zit het dichts bij de schutter. Deze moet eerst worden getrokken.

Daarna moet de schutter zijn vinger een beetje naar voren verplaatsen naar de eerste trekker. Deze trekker zit het verst van de schutter af en hoeft slechts héél lichtjes te worden aangeraakt: dan schiet de kogel weg.

Versiering van de buks

Het geweer wordt soms versierd.

Het houtwerk van de buks is dan bijvoorbeeld uitgewerkt naar iets wat bij de schutterij past.

In de buks van Sint-Catharina Stramproy kan je een leeuw herkennen.

Het hert uit de legende van Sint Hubertus kan je terugzien in de buks van Sint-Hubertus Manestraat.

Schoonmaken van de loop

De loop van de buks moet geregeld worden schoongeveegd. Dit wordt gedaan met een lange, smalle borstel.

Controle snelheid buks

Elk jaar wordt minstens 1x gemeten hoe snel de kogels worden afgeschoten. Bij elke buks en voor elke kogel kan dit lichtjes anders zijn.

De buks wordt voor een snelheidscontrole op een bok gelegd. Een bok is een soort tafel waarin de buks kan worden vastgezet.

Er worden dan een aantal kogels afgeschoten waarbij de kogel door een snelheidsmeter gaat.

De snelheid van een kogel mag niet hoger zijn dan 230 m/s. Als de gemeten snelheid bij een buks hoger is dan 230 m/s dan mag die buks niet meedoen aan de schietwedstrijd.

Controle snelheid buks – verdieping

Om te zorgen dat er geen kogels buiten het schootsveld komen mag de snelheid van de kogel niet boven 230 m/s komen.

De snelheid van de kogel wordt ook wel mondingssnelheid genoemd.
Het schootsveld is het berekende gebied waarbinnen de kogels zullen vallen.

Bij overschrijding van de snelheid van de kogel mag de buks niet deelnemen aan de schietwedstrijd.

Elk jaar wordt minstens 1x gemeten hoe snel de kogels worden afgeschoten. Bij elke buks en voor elke kogel kan dit lichtjes afwijken.

De buks wordt voor een snelheidscontrole op een bok gelegd. Een bok is een soort tafel waarin de buks kan worden vastgezet met schroeven.  Er worden dan een aantal kogels afgeschoten doorheen een snelheidsmeter.

Waarom wordt de snelheid van een kogel gemeten?

Bij een schietwedstrijd wordt vooraf berekend waar de kogels zullen neervallen.
Dit gebied wordt schootsveld genoemd.
Dit schootsveld is tijdens de schietwedstrijd verboden terrein.

Als een kogel sneller dan 230 m/s gaat, dan zal die kogel buiten het schootsveld terecht komen.
Er is dan gevaar dat de kogel schade veroorzaakt die niet is voorzien.

Op enkele plaatsen is er verdieping aangebracht aan de inhoud van deze website.
Deze aanvulling kan gelezen worden door ‘>’ van de 2 grijze blokjes aan te klikken, zoals hier aan de rechterkant is weergegeven.

De website WijSchutterij is geïnitieerd door de OLS Federatie met behulp van Cultuurpad en Provincie Limburg.
Deze website wordt gebruikt door scholen bij de invulling van lessen of ter voorbereiding van deelname aan het Kinjer-OLS.

Verdieping

Door ‘<' van de 2 grijze blokjes aan te klikken, keer je terug naar de oorspronkelijke tekst.

Deze verdieping is aangebracht voor volwassenen die meer willen weten over bepaalde onderwerpen.

De website WijSchutterij is geïnitieerd door de OLS Federatie met behulp van Cultuurpad en Provincie Limburg.
Deze website wordt gebruikt door scholen bij de invulling van lessen of ter voorbereiding van deelname aan het Kinjer-OLS.

feedback_mix.png