Band met Limburg

Oost-Limburg, zoals Nederlands-Limburg wel eens wordt genoemd en West-Limburg, zoals Belgisch-Limburg wel eens wordt genoemd hebben veel overeenkomsten. Zij delen hetzelfde volkslied, spreken dezelfde taal en aan beide zijden van de Maas zijn er schutterijen actief.

Op elk Oud-Limburgs Schuttersfeest (OLS) zijn de gouverneurs van beide Limburgen aanwezig. Een gouverneur is de grote baas van een provincie.

Tijdens de officiële opening van het OLS geven de gouverneurs van beide Limburgen een toespraak en daarna proberen zij elkaar te verslaan onder de schietboom door te proberen hun bölkes af te schieten.

Geschiedenis

Tijdens de middeleeuwen zijn in het gebied het graafschap Loon vele heerlijkheden ontstaan. Na de Loonse Successieoorlogen (1366) ging de heerschappij over Loon naar de prins-bisschop van Luik.

Het prinsbisdom Luik lag dan geklemd tussen de Zuidelijke Nederlanden, de Republiek, Pruisen en Frankrijk. In 1794 vielen Fransen binnen en werd de onafhankelijkheid geschonden. Zij voegden de vele kleine gebieden samen tot één departement: Beneden-Maas, dat naast Belgisch- ook een deel van Nederlands-Limburg omvatte. Maastricht was de hoofdstad.

Toen het departement Beneden-Maas na het Congres van Wenen (1814-1815) bij het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd gevoegd, gaf koning Willem I van Nederland het de naam “Limburg”. Bij de Belgische Revolutie sloot de hele provincie zich aan bij de Belgen, met uitzondering van de stad en de citadel van Maastricht.

In 1831 had het nieuwe België een verdrag kunnen afsluiten, bekend als het Verdrag der XVIII artikelen of het scheidingsverdrag. België werd hierdoor onafhankelijk en moest het Oostelijke deel van Limburg teruggeven aan koning Willem van Nederland .

Als gevolg van het scheidingsverdrag werd Limburg gesplitst met onder andere de Maas als grens.

Belgisch-Limburgse vlag

Deze vlag is wit met een rode leeuw in het midden. De klauwen en tong van de leeuw zijn geel, net als de kroon die hij draagt.

Nederlands-Limburgse vlag

Deze vlag bestaat uit twee gelijke horizontale banen van wit (boven) en geel (onder). Deze zijn van elkaar gescheiden door een smallere blauwe baan. Over deze drie banen staat aan de hijszijde een gekroonde rode leeuw met een dubbele staart.

Limburgs volkslied

“Limburg mijn Vaderland”, ook wel “Waar in ‘t bronsgroen eikenhout” is geschreven in 1909. Het bronsgroen eikenhout waarover Gerard Krekelberg dichtte, waren de eikenbomen rond het kasteel Borgitter in het Belgische Kessenich. Dit kasteel ligt op de oever van de Itterbeek op de grens met het Nederlandse Neeritter.

Limburg, mijn vaderland

  1. Waar in ’t bronsgroen eikenhout,
    ’t nachtegaaltje zingt;
    Over ’t malse korenveld,
    ’t lied des leeuweriks klinkt;
    Waar de hoorn des herders schalt,
    langs des beekjes boord.

    Refrein
    Daar is mijn vaderland,
    Limburgs dierbaar oord!
    Daar is mijn vaderland,
    Limburgs dierbaar oord!

  2. Waar de brede stroom der Maas,
    statig zeewaarts vloeit;
    Weeldrig sappig veldgewas,
    kostelijk groeit en bloeit;
    Bloemengaard en beemd en bos,
    overheerlijk gloort.

    Refrein
    Daar is mijn vaderland,
    Limburgs dierbaar oord!
    Daar is mijn vaderland,
    Limburgs dierbaar oord!

  3. Waar der vaadren schone taal,
    klinkt met heldre kracht;
    Waar men kloek en fier van aard,
    vreemde praal veracht;
    Eigen zeden, eigen schoon,
    ’t hart des volks bekoort.

    Refrein
    Daar is mijn vaderland,
    Limburgs dierbaar oord!
    Daar is mijn vaderland,
    Limburgs dierbaar oord!